Schrikkel

Ik heb er schrikkel an
en adem de zoete lucht
van een extra dagje
in als het kopje thee
op een gevoelige maag

Tel alles op en trek dan
weer alles af. Wat er overblijft
vermeng je in tot een dag
wat de een minder heeft
krijg je wat later vier keer terug

Nee dan trouwen op deze
snipperdag dan mag je elk
jaar je trouwdag vergeten
behalve die ene dag in de vier
jaar die het feest nog groter maakt

Pulp voor de griep

De griep gebruik ik om mijn bibliotheek wat op te lezen. Boeken die lang op mijn nachtkastje stonden mocht ik weer aanroeren. Ik had immers de tijd terwijl mijn darmen knorden en aangaven dat vooral in de buurt van hety toilet moest blijven.
Zo had ik een maandje terug het veertiende deel van het Verzameld werk van Louis Paul Boon aangeschaft. Hierin zitten drie romans over de ‘moderne bandeloze jeugd’. De eerste maarliefst 500 tellende De liefde van Annie Mols is nu uit. Het is een enigszins plat verhaal.
In Boons poging een broodschrijver te worden, heeft hij zich voor het pulp-karretje laten spannen. Het resultaat is deze roman uit 1959. Hij publiceerde het werk wel onder de naam Lew Waitmans. De roman is snel geschreven, zit boordevol stijlfoutjes en constructiefouten, maar dat deert niet. Mijn hersenen konden door de darmperikelen toch niet al teveel hebben, dus liet ik mij het Vlaams goed smaken.
Het is een liefdesverhaal, schuurt tegen het verhaal van de keukenmeid aan. Boordevol spanning en intriges. Hoofdpersoon Annie Mols probeert een schatrijke fabrieksdirecteur Philip van Dongen te verschalken. Het begint aanvankelijk als een geintje. Ze vangt namelijk ook de zoon Albert en zoekt zo naar de tienduizende Franks. Dat terwijl de arme rijkeluisjongen dolgraag het barmeisje Yvette in zijn armen wil sluiten.
Ze verleidt Philip voor een ontmoeting. Hij trapt erin en langzaam ontspint het verhaal zich. Liesje, haar vriendin probeert er bij haar verkeerde vrienden Marc en Tom een grammetje uit te slaan. De bende wil de fabrikant chanteren met zijn buitenechtelijke uitspattingen met het meisje Annie.
Verder heel veel drank, dronkenschap en losbandigheid. Voor 2008 met het comazuipen, komt het misschien wat zoetjes over, maar voor 1959 moet het ontzettend losbandig zijn. Bovendien komt er één boek in voor, die de snoeperij van de oude Van Dongen typeert, namelijk Nobokovs Lolita.
Zoals bij eveneens echte pulp hoort, komt alles uit. De onhebbelijke vrouw sterft en iedereen trouwt met wie die wil. Kortom, verschrikkelijk en toch is het boekje heel aardig om te lezen. Zo merk ik het gehele werk dat Boon een meester is. Een vlotte stijl boordevol snelle dialogen, maken het best de moeite waard door te lezen. Soms betrapte ik hem op langdradigheid, maar de spanning van het verhaal bracht me steeds aan het lezen. Alsof de keukenmeid in mij ontwaakte.
En mag dat eigenlijk niet? Boon is een meester in zijn vak en kan zelfs zonder al teveel aandacht een spannend verhaal schrijven. Ik heb ervan genoten, zo tussen de koppen thee en beschuitjes door. Nu de rest van dit deel nog: Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit. Deze werken zijn wel geschreven onder de eigen naam van Louis Paul.
Maar gelijk is de griep over en loeren er allerlei andere belangrijke boeken op mijn nachtkastje die schreeuwen om een recensie. Wat dacht je van Klinkhamers Woensdag gehaktdag, of Jan van Akens nieuweling Koning voor een dag over de dichter en troubadoer?
Genoeg van de beschuit op naar de zuurkool met vette jus…

Schijtziek

De dromer slaapt dat hij zoekt
het juiste toilet vindt hij niet
overal stinkt het en nergens
ruikt het helemaal gosjer

Dan vloeit de kont leeg
het bruin sijpelt de benen
langs en zoekt de weg
van de minste weerstand

Ontwaak, ontwaak, roept
de poeperd en ademt waanzin
totdat hij wakker wordt
en merkt dat het toilet hier is

Griep

Hij kwam terug voelde ik gistermiddag op mijn werk. En ja hoor, daar is hij weer: de griep. Ik was vorige week in mijn vakantie ziek, maar gaf mijzelf geen tijd goed te herstellen. De opknapbeurten in huis waren belangrijk.
Gisteravond barste hij in alle hevigheid weer los, met koorts en veel maagpijn. Nu gaat het weer ietsje beter. Kortom, dit keer moet ik echt wat beter uitzieken dan de vorige keer.

Populieren

De trein reed heel hoorbaar evenwijdig aan mij. Ik fietste zojuist langs de spoorbaan naar huis. Ik hoorde de trein niet alleen heel sterk, ik zag hem ook overduidelijk aan mij voorbij trekken.
Het was met niet zo opgevallen, maar nu zag ik dat de rij populieren langs de spoordijk was gekapt. Een treurig gezicht hoe de hoge windvangers mij het zicht niet meer ontnamen. Hoe het treingeel niet meer wegviel achter een gordijn van stammen en takken. Hoe de windruis zich liet vervangen door het suizen van de trein.
Ik dacht aan de gevelde boom in het Vondelpark van Vasalis en stapte over op de rij peppels, om mij oud woonhuis. Of de ijle rijen die oneindig met de fiere pluimen aan de einder staan. Poëzie genoeg, maar het onbegrip over de populier heerst.
Ik maakte hier twee zomers mee waarin de pluizen om je oren sneeuwden. Het Manifestatieveld bij mij achter telde tot dit najaar een honderdtal van die hoge joekels. Prachtig gezicht, vooral bij storm, de wind leek door het gebulder in de takken tien windkrachten sterker. Alleen die pluisjes zorgen voor veel overlast die paar weken in mei.
Wanneer de heren stedenplanners beter nagedacht hadden en niet voor het geld gekozen hadden, was het leed opgelost door de veel duurdere mannetjesbomen te planten. Dat geeft namelijk geen pluis.
Ook hier in Almere heeft de boom verloren. Het haalt veel groen weg. Want als de snelgroeier iets heeft, dan is dat wel groen. Ik vraag mij af wat er gebeurd zou zijn als Anne Frank deze bomen zag groeien door het zolderraam van het achterhuis.

Flink ftinken de finkdieren

In Gent versnijden ze al jaren hun boeken bij het inscannen. Dat staat in de NRC van dit weekend. ‘ Met de oude boeken doen we dat natuurlijk niet, maar met moderne boeken doen we dat al jaren, hier beneden in de kelder, op onze eigen scanners. Eerst lossnijden, en zonodig weer inbinden. We schreeuwen dit alleen niet van de daken’, aldus directeur dr. Sylvia van Peteghem.
Is het erg, het versnijden van boeken? Ik ben vooral tekeer gegaan tegen het versnijden van boeken voor ca. 1900. Vooral in de negentiende eeuw zijn veel boekuitgaven heel uniek. Ik heb hier eerder het voorbeeld aangehaald van Junghuhns Java, waarvan bij de eerste druk geen exemplaar hetzelfde is.
Ewoud Sanders gebruikt zijn artikel weer om van leer te trekken tegen de aanpak van Google en daarnaast weer stelling te nemen in de overtuiging dat de boeken versneden moeten worden voor het inscannen. Hetzelfde doet hij in de Onze taal van deze maand, waar hij vertelt dat hij zijn eigen bibliotheek aan het versnijden is. De opbrengst: 1,5 miljoen pagina’s en hij groeit maandelijks met 50.000 pagina’s.
Ik vind dat het initiatief van Google zeker niet negatief benaderd moet worden. De bibliotheek van Gent stelt haar oude collectie boeken beschikbaar. Gent levert 300.000 boeken, van de zestiende eeuw tot 1867. Ze is de eerste bibliotheek in het Nederlands taalgebied, maar ik begrijp dat diverse bibliotheken al in gesprek zijn met Google. Dat hiermee het Nederlandstalige aandeel van boeken via Google books enorm toeneemt, verdient niets anders dan lof. Bovendien is de dienst van Google gratis. Een bibliotheek zou dergelijke initiatieven alleen maar moeten toejuichen. Natuurlijk wel met het recht om zelf de teksten ook naar believen in te scannen en te gebruiken. Google mag geen alleenheerser worden op het web. Dat Google nog veel moeite heeft met het lezen van de boeken, is een ander verhaal.
Mijn afstudeerscriptie bestond uit een heruitgave van Junghuhns Terugreis van Java naar Europa. Een boek uit 1851. Ton Harmsen scande het boek destijds voor mij in en liet het door een Engelstalige OCR (Optical Chartacter Recognition) overzetten. Een lovenswaardig karwei, waar ik hem nog altijd erg dankbaar voor ben. De moeilijkheid waar hij mij ook op wees, was het vertalen van de enigszins onduidelijke en verwarrende leestekens uit de negentiende eeuw. Ik ploos de tekst op letterniveau na, zoals een aap zijn soortgenoot haar voor haar uitvlooit.
Ik weet dat Google een goed programma ontwikkeld heeft om de gotische drukletters uit Duitse uitgaven om te zetten. Nu zal een goed programma moeten komen dat zonder al teveel problemen de Nederlandse drukletters ontrafeld en omzet naar een digitaal goed leesbaar schrift. Vooral met de ‘s’ heeft Google het zwaar en steevast vertaalt de programmatuur de ‘s’ voor een ‘f’ (zie hier bijvoorbeeld).
Het is voor Ewoud Sanders genoeg ergernis om Google af te kraken: ‘Het ftinkdier flaapt’ grapt hij in de kop van zijn artikel. Twee maanden is Google nu bezig en volgens de officiële cijfers zou de Amerikaanse zoeker al 20.000 titels moeten hebben verwerkt. Zonder kapotknippen en met respect voor de boeken.
Ik denk dat de fouten die de programmatuur maakt, goed zijn op te lossen. Het vraagt om een corpus van teksten van waaruit de machine ontwikkeld kan worden. Het is net zoiets als het verhaal van Mathias de Vries waarmee Sanders zijn artikel in de Onze taal begint. Voordat je een woordenboek hebt, heb je een corpus nodig. Voordat je een goede OCR hebt, moet je eerst duizenden pagina’s hebben ingescant. Verknipt of met de rug er nog aan. Dat maakt niet uit.

Meerijden

De biografie over Den Uyl levert flink wat media-aandacht op. In al het feestgedruis liet de internetzender ‘Geschiedenis TV’ afgelopen week een prachtige documentaire zien over Den Uyl met de veelzeggende naam ‘Premier Den Uyl’.
De jaren zeventig heersen niet alleen in de wijde broekspijpen en de oranje bloesjes. Ook de hele houding van het kabinet toont vrijheid en blijheid. Zo vraagt de documentairemaker of hij mee mag rijden met de kersverse premier. ‘Dat is prima’, zegt Den Uyl tegen de onvoorbereide vraag. In de auto probeert de verslaggever te zeggen hoezeer hij onder de indruk is van de lift. ‘Ach’, zegt Den Uyl, ‘we moeten er geen gewoonte van maken, maar zo voor een keertje moet dat kunnen, vind ik. Het hoort bij mijn werk.’ Ondertussen bladert hij wat in een stapeltje papieren op weg van Catshuis naar torentje. Het is allemaal spontaan, niet doordrenkt van de taal van voorlichters, misdienaars, woordvoerders en spindoktoren.
Ik waardeer zo’n antwoord. Het overheidsgeld is van ons allemaal, dus waarom zou de gewone man niet gewoon een lift krijgen met de premier?

Groot bed

Drie loodzware pakketten. Dat was het bed Hemnes van Doris. Felgele stickers waarschuwden dat het bed uit drie delen bestond. Eén doos kon ik niet alleen optillen. ‘Moet ik even helpen?’ Een vriendelijke vrouw bood me aan om de vierkante doos op mijn kar te schuiven.
Een heel karwei om het spul thuis te krijgen achterin ons kleine autootje. Toen ik thuis de dozen uitpakte om ze boven op Doris’ kamer te stallen, besloot ik direct het ding in elkaar te schroeven. De drie pakketten bestond uit heel veel onderdelen, met schroefjes erbij zeker enige honderden. Gelukkig hielp de gebruiksaanwijzing mij goed bij het in elkaar zetten.
Een kleine middag werk, heeft het mij gekost en het bed ziet er schattig uit. Best confronterend dat het meisje haar ledikant is ontgroeid. De verhaaltjes kunnen nu lekker op bed worden voorgelezen. Voor de zekerheid ligt het oude matras uit haar ledikant naast het bed. Als ze eruit valt dan landt ze zacht.

Om je gat te vegen

Misschien is het gewoon toeval dat ik achter loop met de dagkalender van Geert Mak. Net nu het zo roerig is in Sarajevo en Kosovo. Ik lees net over het begin van de Eerste Wereldoorlog.
Bij de televisieserie In Europa is een scheurkalender uitgegeven door uitgever Atlas. Het zijn de artikeltjes van 230 woorden, 17 schermregels, die Mak schreef in 1999. Het jaar waarin hij een tocht door Europa maakte.
De kalender hangt bij ons op het toilet, naast de Onze Taal scheurkalender. Ik loop bij beide kalenders achter en Inge heeft ze keurig voor mij geklemd tussen het kraantje en de muur. Een stapeltje artikelen wacht nu bij iedere poepronde om door mij gelezen te worden. Omdat ik een weekje vakantie heb, bezoek ik wat vaker het huistoilet en kan mij weer aardig bijlezen. Bovendien heb mij de laatste dagen aangewend niet meer met iets te lezen naar de wc te gaan.
Toeval of niet, ik lees net de stukjes bij 11 en 12 februari. Omdat Inge het laatste artikel voorin klemt, lees ik de stukjes in een merkwaardige volgorde. Ze dragen de titel ‘Rampenfilm’ (I en II).
De drie maal 230 woorden behandelen de vraag rond het schot van Gavrilo Princip op de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie op 28 juni 1914 in Sarajevo. Hoe begint een wereldoorlog? Dat vraagt Mak zich op deze februaridagen in 1999 af, in een leeszaal van de Nationale Bibliotheek van Oostenrijk.
Nee, niet het schot veroorzaakte de oorlog, maar het diplomatieke werk faalde, meent Mak op 12 februari. Loert ook vandaag niet het lontje in hetzelfde kruitvat? Ik vroeg het mij vandaag meerdere malen af bij het zien van de demonstraties in Sarajevo.
Nee, concludeerde ik tevreden terwijl ik mijn gat veegde. We zijn ons nu veel bewuster van het kruitvat in die regionen. Daarom letten we beter op en kunnen we misschien veel voorkomen. In 1914 heerste de naïeteit en nu is de angst heer en meester. Dat is het grote verschil.

Wil je meer weten over de In Europa -kalender? Lees mijn recensie op Litnet Neerlandinet.

Hele noten

Ik dacht altijd dat de St. Eustach alleen stond voor wierook en misgezang. Maar nu hebben de protestanten zonder beeldenstorm Parijs overtuigd: ‘Looft God, looft zijn naam allom, want de roomsen die zijn om.’
Vreemd gezicht hoe in zo’n op-en-top katholieke kerk de genefen klinken. En in hele noten… Het gaat nog redelijk vlug, maar ik denk dat dit komt omdat ze kerk maar een halfuur hebben afgehuurd.