Assistente pesten

Bij de tandarts liggen voor een kroon op de kies is een hele belevenis. Vooral mijn tandarts verstaat een staaltje van goed vermaak. Ze praat met de assistente over koetjes en kalfjes, terwijl je voor de behandeling roerloos op de stoel moet liggen. Je voelt je het publiek bij een theatervoorstelling. Het verschil is dat het bij mijn tandarts een solovoorstelling is.
Zo lag ik gisteren voor een vervolgbehandeling. De assistente vertelde over een opdracht op school waarbij ze moest roeren op bevel van de docent. ‘Ik roerde in het potje. ‘Stop’, zei hij. ‘Ik had toch gezegd dat je moest roeren als ik het zei.’ Dus ik zeg dat hij dat net gezegd had. ‘Nee’, zei hij, ‘ik heb het helemaal niet gezegd”. Mijn mond lag open en de tandarts porde wat rond mijn kies.
‘Dit is een geval van assistente pesten’, stelde mijn tandarts als diagnose. ‘Dit is een beroemd geintje dat ze dan uithalen.’ Toen kwam het verhaal: ‘Mijn ex had een ontzettend mooie assistente. Die had hij erop uitgekozen. ‘Je hebt haar gekozen omdat ze zo knap is’, zei ik tegen hem. Dat gaf hij ook toe. ‘Ja, we hadden betere kandidaten, maar deze moest het gewoon worden’, zei hij als antwoord. Ze had hele mooie ogen, zo met van die wimpers erboven.’ Mijn tandarts gebaarde met haar armen erbij en boog zich weer terug over mij. Bij mij neuriede een hitje in mijn hoofd van een lente in de ogen van de tandartsassistente.’
‘Het boterde later helemaal niet tussen hem en haar. Hij ging precies hetzelfde geintje doen als wat met jou gebeurde. Ik zag het een keer gebeuren. ‘Doet hij dat vaker?’ vroeg ik haar. ‘Een paar keer per dag’, zei ze. ‘Nou dan moet ik vanavond nog een woordje met hem wisselen.’ Het werd steeds erger. ‘Kind’, zei ik. ‘Ga een andere baan zoeken. Dit kan niet. Als je niks vindt, dan kun je bij mij terecht.”
Er was genoeg geprutst in mijn mond. De boor snerpte en de assistente hing het zuigmondje in mijn mond dat aanving mijn mond leeg te slurpen. Hoe het verder liep met het meisje, kreeg ik niet mee. Het gesprek was voorbij. De assistente was niet monds genoeg of bezat niet dezelfde nieuwsgierigheid als ik, om verder te vragen. Helaas lag mijn mond vol, zodat ik de afloop van deze voorstelling miste.

Charles Dickenssfeer

Altijd als ik op vrijdag in Amsterdam ben, kan ik het niet laten om even de boekenmarkt op het Spui te bezoeken. Zo ook vandaag. De motregen, de van voren afgeschermde kraampjes en de lampjes brachten de boekenmarkt in heuse Charles Dickenssfeer.
Ik liep met een paar bloemlezingen onder de arm weg. Ik kocht ze bij een vriendelijke boekverkoopster. Volgens mij was het de enige vrouw die achter een kraampje stond. Overigens staat aan de koperskant van de kramen eveneens meer man dan vrouw.
Op weg naar het station sloeg mijn boekenhart nog iets sneller over. De Slegte bood veel tweedehands romans voor een zacht prijsje aan. Daarom verliet ik de stad opnieuw met een stapel leeswaar. Hoe een leuke dag nog leuker wordt.

Uren maken

Ooit is de parlementaire democratie uitgevonden omdat de simpele lieden zich niet wilden vermoeien met de moeilijk kwesties. Met plezier stonden ze hun stem af aan een deskundig en alwetend mens. In de veronderstelling dat de keuze van de deskundige de goede keuze zou zijn voor hem.
Het lijkt of politici hun deskundigheid volledig aan het verliezen zijn. Zoals de hele discussie over de 1040 uur die middelbare scholieren jaarlijks moeten draaien. Ieder verstandig mens weet dat kwantiteit helemaal niks zegt over kwaliteit. Mensen die hun uren draaien omdat ze deze nu eenmaal moeten draaien, leveren niet per definitie goed werk af.
Bovendien laat de geschiedenis van het onderwijs zien dat bemoeienis van bovenaf meestal tot ellende heeft geleid. Scholen moeten meer vrijheid krijgen om op eigen wijze invulling te geven aan het onderwijs dat ze geven. Alle ambtelijke bemoeienis van wijze mensen die totaal geen gevoel hebben met de werkelijkheid, het levert meer minder, dan meer meer op. Ik betwijfel of het kostbare en tijdrovende onderzoek dat de Tweede Kamer momenteel doet naar het onderwijs, deze uitkomst oplevert.
Laat ons parlement vooral kwalitatief goede richtlijnen opstellen met deskundige hulp. Daarna moet ze een goed controleorgaan de scholen laten controleren op deze richtlijnen. De scholen die onder de maat presteren, de juiste begeleiding te geven en desgewenst onder curatele te stellen. Je baseren op basale dingen als een urennorm, laat zien dat je het onderwijs en haar leerlingen absoluut niet serieus neemt. Ik begrijp de leerlingen en hun woede wel. Eigenlijk vind ik dat eens goed naar ze geluisterd wordt. Als ik iets geleerd heb van de moderne jongeren, is dat ze heel goed kunnen argumenteren, beter dan al onze huidige 150 parlementariërs bij elkaar. Dan is er ergens heel veel hoop voor de toekomst.

Vloeken

Hoer en klootzak. Ouders van dove kinderen schijnen nogal moeite te hebben met scheldwoorden en vloeken in gebarentaal. Het verbaasde mij toen ik het vanmorgen in de krant las. Het initiatief van de Vereniging Ouders van Dove Kinderen Noord laat zien dat er grote behoefte aan is. Veel ouders zouden alleen alledaagse woorden kennen en daardoor de puberende dove niet begrijpen.
Ik zie het helemaal voor me. Een situatie van spanning waarbij de puber wild gebaart en de ouder er geen snars van begrijpt. Als je dan terug kunt vloeken, is natuurlijk ideaal.
Het verwondert mij dat de ouders de gebarentaal niet zo goed beheersen. Ik zou denken dat je de taal beter spreekt dan het alledaagse. Je wilt toch ook met je kind kunnen praten over diepere dingen dan het aangeven van de suiker of het dekken van de tafel?
De cursus leert de ouders de vloeken te gebaren en daarmee te verstaan. Of zouden de ouders graag terug kunnen vloeken en tieren naar hun oververhitte puber?

Test

Met een clubje van acht mensen hebben we vandaag een website getest. Een bijzondere gewaarwording om een site waar je maanden mee bezig bent, echt gebruikt ziet worden.
De proefkonijnen vormden een gemêleerd publiek, waar de leeftijd varieerde van 13 tot 60 jaar. Aan de hand van zeven opdrachten moesten ze de site inhoudelijk en interactief testen. Ze konden de informatie heel snel vinden. De interactieve gedeelten waren wel een zwaardere beproeving voor de testers. Al met al doorliepen ze de website niet slecht.
Wat mij wel heel sterk opviel, was dat de ouderen (55+) op een heel andere manier internetten dan de jongeren (-20). De oudere oriënteert zich anders, dan ik gewend ben. Wanneer ze bijvoorbeeld willen inloggen, zoeken ze eerst een tekst op waarin uitleg volgt over inloggen. Ze lezen veel meer internet als een boek en veel minder interactief. Waarschijnlijk hadden de oudere deelnemers meer moeite met de interactiviteit van de website.
Het was mijn allereerste websitetest en heel leerzaam. Ik zou het iedere website-ontwikkelaar willen aanbevelen. Hoe sterk je ook inleeft in de websitegebruiker, hij gaat geheel zijn eigen gang en dat levert soms verrassende inzichten op.
Het eindresultaat voor mij was vandaag dat iedereen de informatie wel vindt, maar dat ze allemaal een eigen weg afleggen. Een goede zoekfunctie is onontbeerlijk, dat wel.

Platen van Junghuhn

Even herleefden oude tijden dit weekend. Zaterdag bezocht ik David in Leiden en voelde ik even weer het enthousiasme opborrelen over Junghuhn (1809-1864). De grote natuuronderzoeker in Nederlands-Indische dienst, die prachtig geschreven heeft over de Javaanse natuur en vooral de vulkanen op het eiland.
Sinds kort is David bevangen van het Junghuhn-virus. Hij vond mij via het blog en we mailen sindsdien regelmatig over de beste man. David heeft onlangs de prachtige platenverzameling die bij het magnum opus Java hoort aangeschaft. Bij het driedelige werk in vier banden hoorde ook een boekje met elf platen. Op de platen staan natuurtaferelen afgebeeld. Het laat zien dat Junghuhn niet alleen goed kon schetsen in woorden, maar kon ook goed met de etspen overweg.
Een mooie koop zo zag ik zaterdag. De platen zien er nog puntgaaf uit, met een enkel roestplekje, maar de kleur is keurig bewaard gebleven in haar honderdvijftig jarig bestaan.
Wie een glimp van de platen wie zien, kan terecht op de Duitse Wikipedia bij het lemma Junghuhn. Daar is een even grote fan, heel fanatiek geweest om zijn geloof wereldkundig te maken.

Bloembollen

Als de grond nog warm is, moeten ze eigenlijk de grond in. De bloembollen waren vandaag onderwerp van gesprek bij de lunch. ‘Er zijn speciale apparaatjes voor, die zo een gat in de grond maken. Je laat de bol erin vallen, grond erover en klaar’, vertelde een collega trefzeker.
Niemand had zijn bollen al in de grond liggen. Dat hoort ook zo. Bloembollen plant je altijd te laat. Soms is de krokustijd in volle gang en dan duw je de tulpenbollen in de grond.
Het was een oudjaarsavond, een jaar of twintig terug. We zaten met de buren en de buurman vroeg mijn vader: ‘Jan, wat ben je van plan te gaan doen in het nieuwe jaar.’ Mijn vader nipte van zijn glas en dacht diep na. ‘Ik moet eigenlijk nog bloembollen planten’, waarna de buurman in een bulderlach reageerde. ‘Daar ben je dan wel op tijd mee.’

Iets leuks

Ga je nog iets leuks doen van ’t weekend? Deze vraag klinkt in menig kantoor op vrijdagmiddag, kort voor het vertrek. Soms betrap ik mijzelf erop dat ik het aan mijn collega’s vraag.
Dat terwijl ik deze vraag eigenlijk zeer onzinnig vind. Claudia de Breij stelde vrijdagavond deze aan haar gastenpanel in haar nieuwe programma Thank God it’s Friday. Een programma dat meer concept is dan programma.
Cabaretier Javier Guzman, schrijver Arthur Japin en Bastiaan Geleijnse (één van de bedenkers van Fokke en Sukke) zochten meningen over het ontslagrecht en de kastanjeboom in de achtertuin van het Achterhuis. Op de vraag van Claudia gaf Bastiaan Geleijnse het mooiste antwoord: ‘Ik ga de witte was doen, dat wil ik al een hele tijd.’ Het overschaduwde als een oude kastanjeboom het antwoord van Japin die bomen ging kappen in de achtertuin van zijn huisje in Frankrijk. Wat je leuk vindt.
De onzinnige behoefte om in het weekend iets leuks te gaan doen, veroorzaakt voor mij persoonlijk meer spanning dan ontspanning. Soms wil ik gewoon lekker op de bank hangen en verder niet nadenken over ‘iets leuks’. Dat verdien ik wel na een week hard werken. Daarom heb ik vandaag een heerlijke dag niets doen gepland. Dat is mijn leuks.

Geronseld voor de commercie

Literatuur en commercie. Een huwelijk tussen twee, die voortdurend op gespannen voet met elkaar leven. De naald van de meter zweeft voortdurend tussen de twee uitersten. Soms zoekt de naald meer de kant van de literatuur, andere keren slaat de naald door naar de commercie.
Een tijdje geleden zag ik Kluun met Susan Smit bij De wereld draait door zitten. Vergeeef het me, maar ik heb ze allebei nooit gelezen. Vergeefs vroeg ik om recensie-exemplaren bij hun uitgevers, maar nooit kreeg ik de kans om ze aan te prijzen voor de Zuid-Afrikaanse lezers van Litnet.
Susan zat er op haar mooist in een uitdagend rood jurkje en Kluun markette zijn nieuwste initiatief Nightwriters. Als een marktkoopman die zijn halfverrotte peren aanprijst als eetrijp, zo hield hij zijn idee in de lucht. Voorbij de duffe voorleesavondjes, maar een heuse show van schrijvers die een paar minuten krijgen om een stukje uit hun nieuwste roman voor te lezen.
Kluuns was trots dat hij A.F.Th. geritseld had voor zijn show. Dat uitgerekend deze schrijver zich zo liet paaien voor de commerciële show van Kluun. Het is mijn buurman, glunderde Kluun. Hij had iedere dag voor zijn deur gestaan en gebedeld of hij mee wilde doen. Pas in het café op het juiste uur zwichtte de literaire zwaarwicht.
Wat het verschil is tussen het voorlezen in de bibliotheek in Vrouwenklooster, of de show in schouwburg van Stadskanaal, is mij niet duidelijk. Kluun verpakt zijn lelijke woorden en alledaagse taal in een leuk papiertje en iedereen koopt het.
Dat is A.F.Th. niet gelukt. Zijn Schervengericht is eerder een schoendoos, dan een uitdagend jurkje. Zeker wanneer je zinnen leest als: ‘Het kind bleef naar de vochtige speen happen, met voor zo’n kleine wurm heftige smakgeluiden. Nog niet verzadigd begon het schor te krijten.’Of: ‘Ergens achter de prostaat verkruimelde zijn liefde tot kroepoek.’

Er geen gat meer in zien

Dan kun je gelijk het gat in de vloer zien, zei Inge toen ik haar gisteren belde. Ze was na het uitlaten van Sientje door het gat van de kruipruimte gezakt. Er lag een plankje op uit de bouwperiode. Ze hoorde het al kraken toen ze Doris erop zette en daarna zelf een stap zette op het luik. Daarna stortte ze ruim een halve meter naar beneden.
Veel schrik en een heel zeer been, waar ze nog steeds last van heeft. Wat nu weer, ging er door me heen toen ik van de gebeurtenis hoorde. Ik dacht dat de benedenverdieping nu eindelijk af was. Nu was het zelfs het laatste onderdeel uit de bouwperiode kapot. Niets is beneden nog orgineel. Alles is door de vorige bewoners de vernieling in geholpen.
Toen ik thuis was en de ravage in het halletje zag, ben ik gelijk naar de bouwmarkt gereden voor een nieuw stuk hout. Ik kocht het dikste multiplex dat er was, liet het op maat laten zagen en boorde er thuis een gat in. Nu is het gat van de kruipruimte weer stevig afgedekt. Helaas moest Inge daarvoor wel in het gat vallen.