Golvenbreker-obsessie

Al een paar jaar pluis ik wekelijks de televisiegids uit op zoek naar de golvenbreker. De titel Breaking the Waves is een obsessie als ik de gids opensla. De obsessie voor de film van Lars van Trier is na zondag ten einde: dan is de film te zien op Nederland 2 om 23.30 uur. Mijn docent literatuurwetenschap wees mij op deze film bij een college over de relatie van literatuurwetenschap met andere disciplines als film en muziek.

Ik kon de film helaas niet zien in de collegeperiode en las er alleen wat over. Pas veel later zag ik de film tijdens een van mijn doorwaakte nachten als nachtportier bij de dak- en thuislozen. Het was in het Duits nagesynchroniseerd en ik liep tussentijds mijn hondenwachten. Het einde van de film met veel klokgelui kwam me dan ook heel vreemd voor. Toch liet de film een ontroerende indruk achter.

Het zwaar-religieuze van de eilandbewoners en tegelijkertijd was de hoofdpersoon de enige die echt geloofde. Een film die dicht bij mijn geschiedenis aansloot, dat zag ik wel. Nog weer een jaar later was hij dan op de Nederlandse televisie. Ik was bij mijn ouders, we namen de film op en bekeken hem de volgende dag. Helaas mistten de laatste tien minuten, terwijl dat gedeelte van de film allesbepalend is. Ik moest het einde, die me nu pas duidelijk werd, uitleggen aan mijn ouders. Maar het einde is niet uit te leggen, zeker als de klokken nagesynchroniseerd zijn.

Sindsdien is de film die ik nooit helemaal gezien heb, mijn lievelingsfilm. Zondag weet ik dat ik echt gelijk heb. Het is een film over religie, onvoorwaardelijke liefde, miscommunicatie en geloof. Alles aan grote thema’s die bij iedere film in een groot cliché verzanden, behalve hier. De film wordt uitgezonden als keuze van zomergast Betine Vriesekoop. Ik ben benieuwd naar haar motivatie achter haar keuze. Het is jammer dat Joris Luijendijk weer de interviewserie doet.

Ik vond hem vorig jaar tegenvallen. Hij kon erg drammen. Vaak leek het meer dat hij de gast iets wilde laten zeggen dat hij wilde horen, dan dat hij zijn gast echt iets liet vertellen. Je alleen de gast kritisch lastig vallen als hij zich tegenspreekt of oude stokpaardjes van stal haalt. Joris doet dat niet. In het interview met Leon de Winter bijvoorbeeld plaatste hij zijn mening boven het verhaal van De Winter. Iets dat bij een programma als zomergasten echt niet mag.

Maar zondag niet getreurd, alles komt goed met de film Breaking the Waves, wat Joris en Betine er ook van vinden… Nu alleen hopen dat iedereen van het koninklijk huis blijft leven tot maandag, aanslagen (waar ook ter wereld) nog even worden uitgesteld en de sport niet uitloopt. Anders blijf ik na zondag met een obsessie zitten.

Deze blog is eerder op Hyves gepubliceerd

Milieuonvriendelijk milieuvriendelijk

Jarenlang sleepte ik met dozen oud papier, zakken lege flessen, stopte ik keurig het drappige koffiezakje in de groene ton en fietste ik zoveel mogelijk naar het station om mijn reis te maken. Uitgelachen werd ik, door patsers die meenden dat het allemaal onzin was. Het iets voor geitenwollen-sokken-types was en ik dat imago met dat stempel toch niet op mijn lijf geschreven wilde hebben. Dan zuchtte en kreunde ik: waar doe ik het allemaal voor.

De zure regen stoomde ondertussen op mijn kruin terwijl de auto’s tevreden knorden naast mij bij het rode stoplicht. Vaak mochten ze dan veel eerder weg dan ik. Ze reden dan treiterend toeterend weg in hun Hummers. Ik doe het niet meer, dacht ik. Tevreden fantaseerde ik op mijn fiets naar de supermarkt dat ik de auto zou pakken en het vergeten pakje margarine nonchalant naast mij op de bijrijdersstoel zou kwakken.

Zo, ik was nu geen watje meer. Al zou ik wegsjezen in een Toyota Starlet in plaats van een dikke Hummer, het idee was ongeveer hetzelfde. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen mijn wens ooit in vervulling te laten gaan. Daarvoor ben ik te milieuvriendelijk opgevoed. Ik scheur zelfs het oud papier los van het plastic bij een enveloppe.

Wat schetst mijn verbazing: het milieu is helemaal hot. Iedereen praat over het milieu. Dat het zo slecht gaat en dat wij hier in Nederland zullen verzuipen als we zo doorgaan. Overal klinkt het woordje milieubewust. Zo presenteerde Boeing gisteren een vliegtuig onder het kopje ‘milieuvriendelijk’.

Een hele prestatie, want het eerste milieuvriendelijke vliegtuig moet nog uitgevonden worden. Fietsen, koffiefilters in de groene ton gooien en oud papier wegbrengen, horen niet bij de nieuwe milieuactivist. De geitenwollen sokken blijven eveneens uit, de verwarming blijft namelijk bij de nieuwe activist loeien en hij kan ook gewoon drie vliegvakanties per jaar boeken.

Wat doet die nieuwe milieuactivist dan om milieuvriendelijk te zijn? Hij koopt zijn ‘CO2-schuld’ af door bomen te planten. En in plaats van dat zelf te doen, laat hij dit doen. Voor een luttel bedrag van enkele tientjes plantten anderen die honderd bomen voor die vliegreis naar de tropen en met een paar bomen erbij kan die verwarming thuis heus nog wel op 22 graden blijven, net als energieverslindende zonnebank.

Wat een huichelaars. Het is milieuonvriendelijke milieuvriendelijkheid. Doe mee aan de echte hype en verander je leven, in plaats van je leven af te kopen. Blijf gewoon thuis, trek warme geitenwollen sokken aan, duw die thermostaat omlaag en gebruik het openbaar vervoer zo vaak als mogelijk is. En er zijn alternatieven zat om op vakantie te gaan (fietsvakantie?) of uit te rusten zonder dat het één CO2-tje kost.

Bovendien: hoeveel bomen moet je kopen om de CO2-uitstoot van al die concerten van afgelopen weekend af te kopen? Heel veel. Ik denk aan vliegreizen van artiesten, energieslurpende geluidsapparatuur en televisietoestellen die de hele dag aanstaan zonder dat iemand kijkt. Milieuvriendelijkheid presenteren op een milieu-onvriendelijke manier, hoe durf je!

Deze blog verscheen eerder op hyves

Sensatiebelust

Ik ben helemaal niet van de sensatie, maar toen ik vorige week de film Grizzly Man van Werner Herzog zag, wilde ik de geluidsopnamen horen als Timothy Treadwell en zijn vriendin door een beer worden verscheurd.

Ik loop altijd een beetje achter en zie films vaak pas als ze op televisie worden vertoond. Grizzly Man vertelt de biografie van Timothy Treadwell, een krankzinnige die dertien zomers in het Katmai National Park in Alaska zijn ‘vrienden’, de grizzlybeer bezoekt. De film wordt gedragen door de bizarre dood van Treadwell aan het eind van de dertiende zomer. Dit gegeven creëert de spanning van de documentaire. Hij en zijn vriendin worden opgepeuzeld door een grizzlybeer.

Timothy is geobsedeerd van het filmen van zichzelf met de beren. Hij gaat daarin zover dat wanneer hij aangevallen wordt door een beer, de camera meeneemt en de dood opneemt. Het heeft aan tijd ontbroken om de dop van de lens te halen, waardoor het tot geluidsopnamen beperkt blijft.

In de aansluitende documentaire over de film, vertellen zijn vrienden dat het een film is, zoals Timothy gewild zou hebben: over de grizzlybeer. Ik ben die mening helemaal niet toegedaan. Grizzlyberen spelen slechts een marginale rol in de film. De film handelt over een gek die een grizzlybeer zou willen zijn. Sterker nog, iemand die zich voordoet als een grizzlybeer terwijl hij dat niet is. Een soort verlangen als dat van een man die een vrouw wil zijn, maar in een verkeerd lichaam is geboren.

Documentairemaker Werner Herzog hoort de opnames van Timothy’s dood en gruwt ervan. ‘Dit moet je vernietigen’, zegt hij in de film tegen de vriendin die over de bewuste videoband beschikt. ‘Luister hier nooit naar. Dit is verschrikkelijk.’ De dood van Timothy is een privé-aangelegenheid, vonden zijn vrienden. Werner Herzog sloot zich bij deze mening aan.

Ik ben het daar niet mee eens.
Ik wilde die verschrikkelijke geluiden horen omdat ze in de film thuishoren. Bij het verhaal van een man die alles filmt, om zijn publiek er getuige van te laten zijn, hoort ook het bizarre einde. Hij koos er zelf voor om het op te nemen. In plaats van te vechten voor zijn eigen leven en dat van zijn vriendin, wist hij nog tijd te vrij te maken om zijn camera te pakken. Alles moest vastgelegd worden voor die kijker. Dit alles om de grizzlybeer te beschermen.

Hij miste respect voor de beren, zegt een oorspronkelijke bewoner van Alaska in de film. Dat is wat Timothy Treadwell echt aan te rekenen is. Hij kwam niet op voor de grizzlybeer, maar wilde er zelf eentje zijn. Wanneer hij het beste met deze dieren voor had, kon hij ze ook op grote afstand bewonderen. Zonder het territorium van de beren te betreden.

Ergens kan ik het niet uitstaan. De documentairemaker heeft hier echt iets niet begrepen. De dood hoort bij het verhaal, daarom moet het ergens ook verteld worden. Dat neemt niet weg dat ik de documentaire schitterend vind, het toont de relatie van de mens met de natuur. Het past daarmee prachtig in het rijtje van dierenliefhebbers die dieren als mensen zien. Nog maar kort geleden ontblote zich een nieuw slachtoffer: de vrouw die meende dat Bokito naar haar lachte. Die geluidsopname zou ik ook nog eens willen horen

Junghuhns Java

Eindelijk: ik heb Junghuhns Java in mijn bezit. Ik heb lang naar een betaalbare editie gezocht, maar nu is hij er dan. Er zit wel een maar aan vast: hij is incompleet en ik heb hem ongebonden in twaalf losse afleveringen.

Franz Wilhelm Junghuhn (1809-1864) is een Duitse natuuronderzoeker die in Nederlandse dienst jaren de Nederlands-Indische natuur bestudeerd heeft. Hij publiceerde Java gedurende zijn verlof, toen hij in Leiden woonde. Junghuhn is een markante persoonlijkheid, vooral vanwege zijn opvattingen, maar ook vanwege zijn zeer aanlokkende verteltrant en originele beschrijvingen.

Junghuhns magnum opus Java heeft een complexe drukgeschiedenis. In 1850 wordt de eerste aflevering gedrukt. Een verkeerde datum, zo schrijft bibliograaf Muller in het Gedenkboek Franz Junghuhn uit 1910. Het zou 1852 moeten zijn, want de eerste aflevering is later vervangen door een betere.

Bovendien zorgt de onduidelijkheid voor allerlei fouten. Het eerste deel is bij de eerste druk pas in de afleveringen 11 en 12 verschenen. Vrijwel gelijktijdig verscheen hetzelfde gedeelte in de tweede druk. Hierdoor zijn de drukken door elkaar geraakt en klopt er niets van de nummering. Ik vind het allemaal terug in mijn aankoop.

Voor tachtig euro kocht ik de bijna 2300 pagina’s Junghuhn (met drie volle dozen andere boeken erbij). Ik mis de dertiende aflevering waarin nog ruim 300 pagina’s de neptunische gebergten van Java worden beschreven. Daarnaast mis ik het leeuwendeel van de platen die het boek ooit vergezelden. Kortom, er is veel mis met de aankoop, maar het gaat mij om de teksten.

Schitterend proza ligt nu op mijn bureau gestapeld. Ik kan er amper nog overheen kijken. Overigens bezit ik het vermoedelijk afgekeurde voorwoord van Junghuhn, waarmee ik waarschijnlijk echt de eerste aflevering uit de eerste druk heb (er staat ook maart 1850 op als publicatiedatum). Of het zeldzaam is met die druk waarbij geen exemplaar op een ander lijkt, durf ik hier niet te beweren. Ik ben gewoon blij met mijn aankoop.

De blog is oorspronkelijk op Hyves verschenen

Studeer ALW, word ambtenaar

Studeer je rechten, dan word je advocaat. Studeer je geneeskunde, dan word je arts. Maar wat word je als je literatuurwetenschap studeert? Ambtenaar! Het antwoord kreeg ik afgelopen woensdag bij een reünie van oud-literatuurwetenschappers uit Leiden. Van de acht aanwezigen werkten vier direct in de ambtenarij (gemeente, ministerie en provincie) en twee waren leraar geworden.

ALW is dus een studie voor ambtenaren in de dop. Zoals ambtenaren eigen is, vroeg deze constatering direct om een nuance: ALW leidt op tot eigenzinnig ambtenaar. Alsof we daar op zitten te wachten: eigenzinnige ambtenaren. Nederland is er van vergeven. Ze voeden politici met proefballonnetjes en tot overmaat van ramp voeren ze hun eigen eigenzinnige ideeën ook nog eens uit.

Aardig van schicht en roffel

Op nog geen vijftig meter van ons huis sloeg de bliksem maandag in de treurwilg. De boom had al een eerdere slag door wind of bliksem te verduren gehad, want een deel van de stam leefde al een gespleten bestaan.

Nu is de treurwilg nog treuriger doordat de bliksem een nieuw stuk van de boom heeft weggeslagen. Ik hoor de inslag nog knallen. Het hout kraakte gelijk met de enorme dreun die de slag maakte. Wat later volgde het geluid van de kettingzaag die het fietspad moest bevrijden van de gevallen stam.

Ik herinner mij een holle boom, bij het gelijknamige pannenkoekrestaurant in Overberg. De boom was hol van binnen en de bliksem had er een aantal keren ingeslagen. Het lijkt wel of sommige bomen die bliksem naar zich toetrekken. Zoiets lijkt het ook wel bij de treurwilg aan de Alkmaargracht.

Ik ben benieuwd wanneer de volgende inslag is. Vannacht klonk de roffel al heel dreigend, maar de boom bleef gespaard. Toch aardig van schicht en roffel.

Mijn Justin

Dag, dag allemaal, het spelen is alweer voorbij, dag, dag allemaal, tot de volgende keer, volgende keer dan zie ik je weer. Zo luidt het liedje dat we altijd zingen als de peuterspeelzaal uit is. Vandaag was het eindfeest van De Pierewiet waar Doris naartoe gaat. Ik mocht als vader meehelpen de kinderen te begeleiden bij de activiteiten.

Daar komt nog heel wat bij kijken. Zo wilde het jongetje Ryan gelijk gaan schminken. Een plastic zakje met een potje geel lag klaar en ik mocht het spul op de wangetjes smeren. Je zag nauwelijks het geel op zijn gezicht, want alles was zo droog als kurk. Ook bij het zwarte meisje kreeg ik het geel nauwelijks zichtbaar, evenals op de wangen van mijn Doris. Ze vonden het leuk en lachten in de spiegel om mijn verrichtingen.
Ik was aan het bowlen toen een ander jongetje mij aantikte met een gezicht dat alle kleuren van de regenboog had. Een moeder was druk aan het kliederen met een bak met waterverf. ‘Hier schiet een man in tekort’, dacht ik.

Bij het patatjes eten kwamen de verhalen los. ‘Ik lust geen komkommer’, beweerde hij, ‘Justin wel.’ ‘Is Justin je broer?’ vroeg ik. Hij knikte ter bevestiging. ‘Mijn Justin ook’, zei een jongetje een tafel verder. ‘heb jij ook een broer die Justin heet?’ vroeg ik. ‘Ja,’ zei hij, ‘maar dat is een andere Justin, mijn Justin.’ ‘Wat toevallig.’ ‘Ik heb mijn Justin’, riep een meisje naast het Justin-jongetje. ‘Mijn Justin ook’, vervolgde een ander kind. ‘Mijn Justin ook’, hoorde ik naast mij klinken. Binnen de kortste keren ontstond er een hele Justin-rage. ‘Het is wat met al die Justins’, zei ik in de poging een einde aan de gekte te maken. ‘Ja, het zijn allemaal Justins’, merkte het Justin-jongetje droogjes op. Ik genoot van de taal, waarin gesproken wordt over Mijn Justin, of Onze Ashlee, of Melvin van mij, of Katelinn van Dingetje. Ik heb het niet zo om Engelse voornamen, zeker niet als de ouders ze zelf niet eens uit kunnen spreken, maar van Justin genoot ik echt eventjes.

De patatjes met komkommer waren op, we speelden Djembe en de dag was ten einde. De leidster vond ergens dat ik er mijn beroep van moest maken, zo goed ging het. Ze had het tegen mij, maar later ook tegen Inge gezegd. Ik voelde me zeer vereerd, maar twijfel of het echt mijn ding is. Wel bevreemd het mij dat uitgerekend vrouwen dit werk doen, terwijl een man met peuters en kleuters de kinderen weer heel andere dingen kan aanleren. Het is dezelfde verbazing die ik laatst las van een feministe. Zij beweerde dat ze niet een vrouw was, maar dat dit van haar gemaakt zou zijn. Ik vind dat je dan je chromosomen verwaarloosd, maar ergens heeft ze gelijk. Dat begint al op de peuterspeelzaal, of misschien zelfs eerder. Net zoiets als mijn moeder gisteren die beweerde dat Doris met de pop in de hand, nu een echt meisje was.

Muziek uit de vingers laten glijden

Rotterdam is leuk, Amsterdam is ook heel leuk. Gisteren mocht ik op het orgel in de Oud Katholieke kerk spelen, aan de Ruysdaelstraat in Oud-Zuid. De kerk staat vlakbij Le Garage, ontdekte ik op de terugweg. Ik speelde op de open gebedshuizendag in de wijk. Alle religieuze godshuizen (moskeeën, synagogen en kerken) hadden hun deuren geopend.

Ik vond dat ik matig speelde, de concentratie liet te wensen over en ik kon het orgel ook niet helemaal naar mijn vingers zetten. Ik speelde het hele uur vol met wat werken van Vierne, Walther, Bach en enige improvisaties.

De vingers lieten het klavier nog niet los of twee meisjes met lange haren stonden al in de startblokken met de viool op de schouders. De stukken vlogen ervan af in het prachtige concert voor twee violen. Het klonk bijna zo mooi dat ik het begeleidende orkest niet miste. De twee meiden waren conservatoriumstudenten die de muziek uit hun vingers lieten glijden.

Een huishouden van

Ik snap niet dat jullie in die zooi kunnen leven. Dat zei mijn schoonmoeder vanmorgen. Ze is ondertussen druk aan het poetsen omdat ze dat nodig vindt. Van mij hoeft het niet, maar van haar moet het eenmaal. Ik word er zelfs een beetje zenuwachtig van, van dat schoonmaken en voel me bijna verplicht actief mee te helpen. Dat terwijl ik gisteren stapels was heb afgehandeld.

Jan Steen is er beroemd mee geworden, die rommelige sferen gedrenkt in alcoholisme en met vooral veel plezier. Waar die mensen dan zo’n lol om hebben, is mij niet altijd duidelijk, maar het laat iets van de goedlachse volksmens zien. Nu staat volks voor een opgeruimde boel, veel kitsch en sigaretten met opgestoken haar.

Ach, de boel is weer van kant. Ik staar niet meer naar een bestofte vensterbank en moet weer een nieuw plekje opzoeken om mijn kopje koffie neer te zetten. De prachtige kring, die de locatie zo goed aangaf, is er namelijk niet meer…

Amerikanen, boeken en krankzinnigheid

Het twaalfde deel van de encyclopedie ‘Het historische Orgel in Nederland’ is gisteren feestelijk in de Oudenbosche basiliek gepresenteerd. De kerk is een kopie van de Sint Pieter in Rome, maar dan vele malen kleiner.

Het blijft een gigantisch bouwwerk, zeker als je beseft dat Oudenbosch een klein dorpje is. En dan zo’n kerk. De schuldige is een krankzinnige pastoor die zo verliefd was op Rome dat hij dat thuis wilde nabouwen. Dat hij zoveel mensen en vooral zoveel geld heeft weten mee te krijgen in zijn gekte.

De Vlaming Luc Ponet concerteerde. Hij kwam erg professioneel over en speelde fraai repertoire. Het was alleen een beetje kort en onbekend. Dat gaf luister- en concentratieproblemen. Ergens was ik blij het gepeupel weer te verlaten. Wel leuk vond ik om Jeroen en Irma even te ontmoeten en bij te kletsen.

De namiddag maakte erg veel goed. Ik stapte in Rotterdam uit om naar de serie Concerts Populaires te gaan van stadsorganist Geert Bierling. Ik was veel te vroeg en kocht de boekenmarkt leeg met Potgieter en ander onnodige boeken. Het concert was prachtig. Bierling maakte met zijn toehoorders een reis naar Hamburg, zoals Bach die ooit maakte.

Stadsorganist Geert Bierling speelde werken van Buxtehude, Bruhns (iemand met adhd, naar de huidige maatstaven volgens Bierling), Boehm en Reincken (iemand die er vreemde hobby’s op nahield, zo zou hij een hoerentent hebben bezeten). En natuurlijk: Bach.

De slotimprovisatie ‘In stylus bombasticus’ kwam inderdaad wat bombastisch over en vormde een schril contrast met de prachtige poëtisch aandoende improvisatie ‘Herinnering aan Hamburg’. De basiliek van Oudenbosch hangt een beetje tussen deze twee improvisaties in. Bombastisch, maar met poëtische verrassingen erin verwerkt.

Het echte toetje kwam gisteravond thuis. Ik had de cd ‘An American in Paris’ van Geert Bierling gekocht. Hij vertelde erbij dat ik hem voluit moest draaien, hij had registraties gekozen die het Rotterdamse Laurensorgel niet zo sterk verrieden.

Prachtig is de cd. Met werken van Vierne, Widor en Alain. Bierling weet ze heel aardig te presenteren. De echte kracht zit hem in de bewerkingen voor orgel van Gershwins Rhapsody in Blue en Ravels Bolero. De eerste vind ik werkelijk onovertroffen. De Bolero wordt mooi als je een paar keer luistert, al blijf ik vinden dat Bierling het einde niet zo fraai heeft opgelost…